Hieronder treft u de uitspraak van het Hof van Discipline waaruit klip en klaar blijkt dat dekens onvoorwaardelijk klachten in behandeling moeten nemen waarbij gedragsregel 37 dient te gelden.

HOF VAN DISCIPLINE 
 No. 4297
                                 
 
 HOF VAN DISCIPLINE 
  heeft de volgende beslissing gegeven naar aanleiding van een hoger beroep van
 mr. C.F.E.P. Galama, advocaat te Middelburg, verder te noemen verweerder.
 
 Bij beslissing van 21 februari 2005 heeft de Raad van Discipline in het ressort ’s-Gravenhage een klacht van D. de Jong, wonende te Amsterdam, tegen verweerder gegrond verklaard zonder oplegging van enige maatregel.                                       
 
Afschrift van deze beslissing is aan partijen toegezonden op 2 maart 2005. 
 De memorie waarbij verweerder van deze beslissing in hoger beroep is gekomen, is op 24 maart 2005 door de griffie van het hof ontvangen.
 Het hof heeft de zaak behandeld op zijn openbare zitting van 13 juni 2005, alwaar verweerder is verschenen.
 Het hof heeft bij zijn beslissing acht geslagen op het verhandelde ter zitting alsmede op de stukken die op de zaak betrekking hebben. 
  Het hoger beroep strekt zich tot vernietiging van de beslissing van de raad en de ongegrondverklaring van de klacht.
 
 Naar aanleiding van het hoger beroep overweegt het hof als volgt. 
 1.1. de raad heeft klacht als volgt omschreven: 
 Klager verwijt verweerder dat hij in zijn hoedanigheid van deken geweigerd heeft de door klager ingediende klacht tegen mr. Bruidegom in behandeling te nemen zonder concrete onderbouwing van deze weigering te kunnen geven.
 
 1.2. Het hof gaat uit van voormelde klachtomschrijving waartegen geen grief is gericht.  
 2.  Het hof gaat uit van de feiten die de raad in zijn beslissing heeft vermeld nu daartegen geen grief is gericht.   
 3.  Het onderzoek in hoger beroep heeft niet geleid tot de vaststelling van ander feiten dan wel tot andere beschouwingen en gevolgtrekkingen
     dan die vervat in de beslissing van de raad, waarmee het hof zich verenigt. 
 4. De grieven van verweerder tegen de beslissing van de raad worden verworpen . De beslissing van de raad dient e worden bekrachtigd.
 
 Het Hof van Discipline, op vorenstaande gronden beslissende:
 
 bekrachtigt de beslissing van de Raad van Discipline in het ressort ’s-Gravenhage van 21 februari 2005.  
 
Aldus gewezen door mr. J.H.C. Zwitser-?Schouten, voorzitter, mrs. P.Heidinga, A. Beker, J.P. Balkema en W. van Houtum, leden, in tegenwoordigheid van mr. I.F. Schouwink, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 22 augustus 2005 doorMr. G.G. van Erp Taalma Kip-Nieuwemkamp, voorzitter, in tegenwoordigheid van mr. J.F. Schouwink, griffier.
 
 
 Griffier                              Voorzitter
 
 
 

 De Beslissing is verzonden op 22 augustus 2005
 
Aan de inhoud van www.tuchtrechtspraak.nl  kunnen geen rechten worden ontleend.                 Home