Tuchtrechtspraak

Nadat de meestertitel is verkregen moet de nieuwbakken advocaat zich verplicht te laten schrijven in het arrondissement waarin het kantoor gevestigd is waar men werkzaam is.
Nederland telt 19 van dergelijke arrondissementen.
Ieder arrondissement heeft een Orde van Advocaten die geleid wordt door een Raad van Toezicht.
Aan het hoofd van de Raad staat een Deken.
Naast de 19 plaatselijke Orden bestaat er één landelijke Orde; de Nederlandse Orde van Advocaten.
Tegen advocaten kan op grond van de Advocatenwet en de gedragsregels voor advocaten klachten worden ingediend bij de deken van het arrondissement, terwijl de advocaat tegen wie de klacht is gericht conform gedragsregel 37 van de gedragsregels voor alle gevraagde inlichtingen aanstonds te verstrekken, zonder zich op zijn geheimhoudingsplicht te kunnen beroepen, behoudens in bijzondere gevallen.
De Deken
zal zijn uiterste best doen de behandeling van de klacht te frusteren.
Als dat niet lukt, dan dient de klacht doorgezonden te worden naar de Raad van Discipline.
Er zijn 5 Raden van Discipline.

De procedure van het tuchtrecht is geregeld in de artikelen 46 tot en met 60 van de Advocatenwet.
Hoger beroep is mogelijk bij het Hof van Discipline te Utrecht, tenzij de voorzitter van de Raad van Discipline de klacht ongegrond verklaart ene / of niet-ontvankelijk.

Advocatenwet anno 1952

Art. 46
De advocaten zijn aan tuchtrechtspraak onderworpen ter zake van enig handelen of nalaten in strijd met de zorg die zij als advocaat behoren te betrachten ten opzichte van degenen wier belangen zij als zodanig behartigen of behoren te behartigen, ter zake van inbreuken op de verordeningen van de Nederlandse Orde van Advocaten en ter zake van enig handelen of nalaten dat een behoorlijk advocaat niet betaamt.
Deze tuchtrechtspraak wordt uitgeoefend in eerste aanleg door de raden van discipline en in hoger beroep, tevens in hoogste ressort, door het Hof van discipline. Terug

 

Artikel 46c-1
Klachten tegen advocaten worden schriftelijk ingediend bij de deken van de orde waartoe zij behoren. Indien de klager daarom verzoekt, is de deken hem behulpzaam bij het op schrift stellen van de klacht

 

Artikel 46c-2
De deken stelt een onderzoek in naar elke bij hem ingediende klacht.

 

Artikel 46c-4
Klachten tegen een deken van de orde worden ingediend bij, of terstond doorgezonden aan de voorzitter van de raad van discipline.

 

Artikel 46d - 1
De deken tracht steeds de klachten in der minne te schikken, tenzij deze overeenkomstig artikel 46e onmiddellijk aan de raad van discipline ter kennis moet worden gebracht.

 

Artikel 46d-2
Indien een minnelijke schikking mogelijk blijkt, wordt deze op schrift gesteld en door de klager, de advocaat tegen wie de klacht is ingediend en de deken ondertekend.

 

Artikel 46d-4
De klacht wordt schriftelijk ter kennis van de raad van discipline gebracht. De deken stelt daarvan steeds de advocaat tegen wie de klacht is gericht en de klager schriftelijk op de hoogte. Indien hij op grond van zijn onderzoek van oordeel is dat de klacht kennelijk ongegrond of van onvoldoende gewicht is, deelt hij dat met redenen omkleed bij het ter kennis brengen van de klacht aan de klager, aan de advocaat tegen wie de klacht is gericht en aan de raad van discipline mee.

 

Artikel 46e-2
Indien naar zijn oordeel de inhoud van de klacht een minnelijke schikking ongewenst of onmogelijk maakt, brengt de deken de klacht ambtshalve onmiddellijk ter kennis van de raad van discipline.

 

Artikel 46g

De voorzitter van de raad van discipline kan kennelijk niet-ontvankelijke en kennelijk ongegronde klachten, alsmede klachten die naar zijn oordeel van onvoldoende gewicht zijn, binnen 30 dagen nadat zij ter kennis van de raad zijn gebracht, bij met redenen omklede beslissing schriftelijk afwijzen.
Dit artikel geeft
,de voorzitter de ongecontroleerde bevoegdheid, wanneer hij de klacht van onvoldoende gewicht vindt af te doen met een toverformule en de slogan:

1. kennelijk niet-ontvankelijk.

2. kennelijk ongegrond.

Artikel 46h

lid 1

Tegen de beslissing, ingevolge het vorige artikel bedoeld, kunnen de klager en de deken binnen 14 dagen na de verzending van het afschrift van de beslissing, schriftelijk verzet doen bij de raad van discipline.

 

lid 2

ten gevolge van dat verzet vervalt de beslissing, tenzij de raad van discipline het verzet niet ontvankelijk of ongegrond verklaart.

 

lid 4

De beslissing tot niet-ontvankelijk- of ongegrondverklaring  is met redenen omkleed.

Daartegen staat geen rechtsmiddel open.

 

Art. 48. lid 1
De beslissingen van de raad van discipline over de voorgelegde klachten zijn met redenen omkleed en worden in het openbaar besproken, alles op straffe van nietigheid.

 

Art. 48. lid 2
De raad kan, indien hij oordeelt dat het tegen de betrokken advocaat gerezen bezwaar gegrond is een der volgende maatregelen opleggen:
1. enkele waarschuwing

2. berisping.

3. schorsing in de uitoefening van de praktijk van de duur van ten hoogste een jaar.

4. schrapping van het tableau.

 

Art. 48b lid 1

Bij de oplegging van de in artikel 48, tweede lid, onder a t.m. d, genoemde maatregelen kan de raad van discipline als bijzondere voorwaarde stellen, dat de betrokken advocaat de door zijn gedraging veroorzaakte schade geheel of bij de beslissing te bepalen gedeelte binnen een daarbij te stellen termijn, korter dan de proeftijd, vergoedt.

Deze, weliswaar, beperkte mogelijkheid tot het opleggen van de verplichte schadevergoeding is ontleend aan art. 14 van het Wetboek van Strafrecht en niet aan het burgerlijk recht. De raad kan een dergelijke uitspraak, indien hij daartoe voldoende grond aanwezig acht, ook ambtshalve doen.

E.e.a. houdt bovendien in dat het de bevoegdheid van de klager niet aantast alsnog een privaatrechtelijke schadevergoedingsactie in te stellen.

 

Artikel 48-6.
De raad spreekt, indien de klager daarom verzoekt, in zijn beslissing steeds met redenen omkleed uit of de advocaat tegen wie de klacht is ingediend, jegens hem de zorgvuldigheid heeft betracht die bij een behoorlijke rechtshulpverlening betaamt.

De tuchtrechtelijke beslissing dient de feiten te vermelden waarvan de raad bij de beoordeling van de klacht is uitgegaan, alsmede de gronden waarop de beslissing rust. Het hangt van de omstandigheden af hoever deze motiveringsplicht strekt.

 

Artikel 49-1
De raad van discipline neemt geen beslissing dan na verhoor of behoorlijke oproeping van de advocaat tegen wie de klacht is ingediend en van de klager.

 

Artikel 56

Van de beslissingen van de raad van discipline kan gedurende dertig dagen na de verzending van het in artikel 50 bedoelde afschrift hoger beroep worden ingesteld bij het hof van discipline.

                                Top                 Home


Aan de inhoud van www.tuchtrechtspraak.nl  kunnen geen rechten worden ontleend.